Jaarlijks dorpsfeest in Hongarije, een gezellige dag


Dorpsdag in Hongarije, ieder jaar in de zomer één dag lang feest met dans, muziek, lekker eten en 's avonds een bal.

Ieder jaar wordt in de zomer in bijna ieder dorp op het Hongaarse platteland een 'Falunap', het jaarlijkse dorpsfeest, gehouden. De dorpen houden met de planning van de datum rekening met elkaar. Door deze aanpak snijdt het mes aan twee kanten. De dorpelingen hoeven niet te kiezen tussen twee feesten die tegelijkertijd gehouden worden en de kleine gemeenten zijn verzekerd van een grote opkomst. Hierdoor kom je bij ieder dorpsfeest bekenden tegen uit de nabijgelegen dorpen. Het organiseren van het dorpsfeest is eigenlijk al een feest op zich. Velen dragen een steentje bij in de vorm van vrijwilligerswerk en degene die wat forinten kunnen missen geven ruimhartig. Dit alles om er een geslaagde dag van te maken.

Stefan kookt voor meer dan 300 mensen
Bij een dorpsfeest hoort eten en dus wordt ieder jaar voor een paar honderd mensen gekookt. Dit 'werkje' wordt gedaan door Stefan. Stefan is ketel-kookgek en hij neemt iedere gelegenheid waar om te kunnen ketelkoken. Aan Stefan is een sterkok zoals Gordon Ramsay verloren gegaan. Stefan grijpt hij iedere kleine gebeurtenis aan om te kunnen koken. Hierdoor is het al enige malen voorgekomen dat bij ons spontane eetfeestjes zijn ontstaan. Tesamen met Hongaarse vrienden koken en eten ergens buiten in onze tuin is bere gezellig. De maaltijd die Stefan voor op het dorpsfeest had bereid, was voor alle dorpelingen gratis. Gasten en anderen moesten het luttele bedrag van 500 forint betalen. En Stefan komt persoonlijk vragen of het heeft gesmaakt, je ziet hem stralen.

Hongaren en fél-Hongaren samen aan tafel
Het dorpsfeest wordt ieder jaar druk bezocht en bijna alle Hongaarse inwoners van het dorp zijn aanwezig. Hongaren vinden het prachtig als je ieder jaar van de partij bent. Als je als buitenlander permanent in het dorp woont, kun je het niet maken om een jaartje over te slaan door thuis te blijven. Verdeeld over de lange tafels zitten soms hele families en hun vrienden bijelkaar. De dorpsdag is vaak de enige dag dat zij elkaar zien, vaak komen familieleden van ver en blijven slapen. Als je als buitenlander bent ingeburgerd in het dorp heb je natuurlijk ook Hongaarse vrienden. En deze vrienden zullen je steevast uitnodigen om bij hen aan tafel plaats te nemen. Da's in zulke gevallen geen Hongaarse beleefdheid maar men meent het werkelijk. Niet ingaan op die uitnodiging vatten zij op als een rechtstreekse belediging. Het wordt als een vanzelfsprekendheid ervaren dat wij aanschuiven bij onze Hongaarse vrienden en bekenden. Wij wonen al jaren in Hongarije en wij voelen ons inmiddels helemaal thuis tussen de Hongaren. De Hongaren noemen ons 'fél-magyar-ember' (halve Hongaar).


verscholen tussen akkers en bossen ligt 
het kleine dorpje waar wij wonen
en hoe klein ook, ieder jaar is de
dorpsdag een gezellig feest 



Voorspelbaar feestprogramma drukt de pret niet
Het feestprogramma wordt ruim van te voren op een A-4tje bij je in de bus gegooid. Tijd genoeg om je er op voor te bereiden. Het programma is altijd hetzelfde, het enige verschil zit 'm in de volgorde. Vaak wordt de dag begonnen met een mis in de kerk. Soms ook niet, da's het geval als er veel 'ongelovige Thomassen' in het dorp wonen. De pastoor wil het risico niet lopen om met een handjevol mensen in de kerk te zitten en daarom laat hij het maar helemaal achterwege. Het dagprogramma wordt gevuld met dansgroepen. Van folkloredans tot linedance en iedere groep doet minimaal drie nummers. Hetzelfde geldt voor de zangoptredens. Van jaren '70 muziek, Hongaarse volksliederen, jazz/hardrock, iedereen krijgt ruimschoots tijd om het repertoire af te werken en na ieder optreden is er applaus. Het kan wel eens voorkomen dat een optreden helemaal niet bij het publiek in de smaak valt. Dat gebeurde op een falunap waar een hardrockband een uur lang optrad voor een publiek dat voornamelijk bestond uit 60-plussers. Op zulke momenten komt die typische Hongaarse beleefdheid naar boven. Niemand loopt weg, men blijft rustig zitten en wacht totdat het optreden is afgelopen en zelfs het applaus wordt niet overgeslagen.

Het feest in ons dorp speelt zich helemaal af rondom het dorpshuis. Het is allemaal kneuterig gezellig, geen hoogdravend gedoe maar gewoon erg aards en knus. Voor de kinderen een springkussen, snoepkraampjes en een schminkhoekje. En in bijna ieder dorp wordt een kleine expositie georganiseerd waarvan in de meeste gevallen de spulletjes te koop zijn. Het thema kan verschillen, van plaatselijke volkskunst, schilderijtjes van hobbyisten, pottenbakkers, zelfgemaakte poppen tot plaatselijke lekkernijen.

De jaarlijkse tombola, waarbij iedereen prijs heeft, wordt zeker niet overgeslagen. Normaal is dat ergens in de namiddag maar dit jaar was het wel heel erg laat geworden want het was inmiddels donker en buiten was nauwelijks verlichting. Men laat zich hiervan niet weerhouden want op de bühne werd met een zaklantaarn bijgelicht om de winnende nummers te kunnen ontcijferen. Dit veroorzaakte de nodige vergissingen en degene die al halverwege op weg was naar de bühne om het kado in ontvangst te gaan nemen, kon omdraaien. De overige toeschouwers vergezelden dat iedere keer met een luid "oewwwaaaa". Maar ook alle bezoekers zaten in het donker en waren zonder licht niet in staat om hun gekochte loten af te lezen. Of men daarmee al rekening had gehouden weet ik niet. Het zou niet in mij opkomen om een zaklantaarn mee te nemen naar het dorpsfeest maar overal zag je kleine zaklantaarntjes te voorschijn komen om de gekochte loten te kunnen aflezen. En degenen zonder zaklantaarn gebruikten hun mobieltje om bij te lichten. Kortom, een tombola in het donker en de gewonnen prijzen werden verder op de tast onderzocht. Daarna verzamelde zich iedereen bij het voetbalveld en was er een vuurwerkshow.

Tussendoor nog even wijn proeven
Het feest duurt de hele dag en gaat door tot diep in de nacht. Tussendoor gaan we altijd even naar huis om wat te eten en de dieren te verzorgen. Op onze terugweg richting feest werden wij opgemerkt door Hongaarse vrienden waarbij wij een paar uur eerder op het dorpsfeest al mee aan tafel hadden gezeten. Zij hadden een tuinfeest met familie en vrienden, waarvan enigen speciaal uit Budapest waren gekomen. Wij moesten persé een glaasje met hun drinken. Een wijnliefhebber had diverse wijnen meegenomen en wij moesten proeven. Dat het uiteindelijk meer dan één glaasje werd en dat onze planning overhoop gehaald werd, is ons inmiddels bekend. De Hongaarse hartelijkheid en spontaniteit waarmee je wordt geconfronteerd verbaasd ons iedere keer weer opnieuw.

Eerlijkheidshalve moet ik op deze plaats ook even erbij vertellen dat Hongaren niet altijd zo hartelijk zijn. je moet het dan wel héél erg bont hebben gemaakt. Bijvoorbeeld als zij merken dat dat je niets wilt weten van hun leefwijze/gebruiken, je afsluit voor iedereen of laat merken dat je de Hongaren dom vindt en slechts beschouwt als goedkoop werkvolk. Hongaren zullen altijd vriendelijk tegen je blijven, maar op het moment dat je hun nodig hebt voor hulp zal je het merken. Dan is het ineens onmogelijk om even tijd voor je vrij te maken terwijl dat normaalgesproken wel zo is. Geef ze eens ongelijk!
 

de bezoekers druppelen langzaam binnen


Bal in dorpshuis
Na het wijnproef-intermezzo arriveerden wij rond 10 uur 's avonds op het bal. Dat vindt plaats in het dorpshuis. Een grote zaal die hoofdzakelijk verlicht wordt door de tl-verlichting van een daarachter gelegen drankopslag- en verkoopplaats. Twee flikkerende kleurlampen staan op het publiek gericht waardoor je niet langer dan een paar seconden naar de muziekband kan kijken zonder dat je kans loopt op een epileptische aanval. Aan de linker- en rechter kant staan plastic tuintafels en stoelen. De hele entourage straalt ongezelligheid uit, niet meteen een plek waarvan je denkt dat het gezellig kan worden. Onwetend zou je je meteen omdraaien, maar wacht, want hier is het niet de entourage die voor de gezelligheid zorgt, maar de mensen zelf. En gezellig wordt het zeker.

Er is echter één groot struikelblok en dat is dat ik helemaal niet kan dansen. Tijdens ons eerste bal, een paar jaar geleden, probeerde ik de dansuitnodigingen te ontlopen door diep weg te kruipen achter de tafels. Dit jaar viel het mee, ik ben het al een beetje gewend en iedereen weet inmiddels dat ik niet kan dansen.

Mijn zogenaamde danspogingen tijdens één van de dorpsfeesten
Het bal was een persoonlijk dansdrama. Mijn pogingen om luid te verkondigen dat ik helemaal niet kon dansen werden in de wind geslagen en een dansverzoek afslaan kon al helemaal niet. Overigens is zijn die dans-aanzoeken an-sich al een hele consternatie. Zoals het in vroegere tijden eraan toeging, zo gaat het hier nog altijd. Men komt eerst aan Huub vragen of men met mij mag dansen. Vervolgens wendt men zich tot mij, maakt een kleine buiging strekt de hand uit die ik dien vast te grijpen en ik wordt geacht mij naar de dansvloer te begeven, in mijn geval bijna letterlijk met lood in de schoenen.

Om mijn haperend benenwerk te verdoezelen koos ik natuurlijk een rok die tot op de grond reikte. Het zwieren van de stof is dan het enige sierlijke wat er te zien is. Dat ik niet kan dansen vindt blijkbaar niemand erg, behalve ikzelf. Daarom kroop ik diep achter de tafels en hoopte door een gesprek aan te knopen met de jongeren die naast mij zaten, de dansverzoeken te ontlopen. Een van hun, een jonge knul van ergens in de 20, maakte terstond van deze gelegenheid gebruik om die Nederlandse ten dans te vragen. Hij bleek geweldig goed te kunnen dansen en sleepte mij al rondjes draaiende over de dansvloer. Toen het nummer was afgelopen bleef ik mij aan hem vasthouden om niet ter plekke tegen de vlakte te gaan. Dat de danspartners je tot aan je plekje terugbegeleiden kwam als een geschenk uit de hemel.

Toen ik uitgepuft was keek ik opzij en zag op 20 cm afstand een blinkende grofschakelige halsketting. Daarboven twee grote ogen in een donkerbruin gezicht, een brede lach verraadde dat zijn gebit niet meer compleet was. Wederom begaf ik mij naar de dansarena en deze keer was mijn danspartner een zigeuner. Hij hief mijn armen hoog in de lucht en kneep mijn vingers tot moes. Een teken dat hij het meende. De daaropvolgende 15 minuten – de nummers duren hier altijd heel erg lang- werd ik door een zigeuner in trance doorelkaar geschud. Zigeuners hebben een natuurlijke soepelheid en in combinatie met hun vurige karakter verandert een zigeuner op een dansvloer in een orkaan van danspassie. En ik was zijn 'danspartner'. Na afloop werd ik zoals het gebruikelijk is, begeleid naar mijn stoeltje, ik badend in het zweet en met spierpijn in mijn armen.

Vervolgens zette de band een langzaam nummer in. Ik wilde Huub net richting dansvloer trekken om voor zo'n schuifelnummer in ieder geval bezet te zijn, toen hij werd aangesproken. Een lange Hongaar in zwarte bandplooibroek voorzien van een dun riempje, een Miami Vice overhemd waar Don Johnson jaloers op zou worden, zou deze keer mijn danspartner zijn. Zijn danshouding had iets van een militair. Kaarsrecht en met een doodserieus gezicht vouwde hij langzaam mijn handen in de goede houding, gaf vervolgens een ruk eraan waardoor ik full-contact maakte met het Don Johnsonhemd. Strak voor zich uit kijkend, startte hij een of andere slow-stijl-dans en ondertussen probeerde ik hem om veilige afstand te houden.

Het grappige is dat de dames die een man op het oog hebben om mee te dansen dit ook even komen vragen aan de vrouw van de man. Kortom, de heren maken kans om ten dans gevraagd te worden. Huub werd dus ook niet ontzien en kon zich verheugen op een dansje met het plaatselijke vrouwelijke drankorgel. Dansen doen ze allemaal, samen in een hele grote kring, alleen, vrouw met vrouw en als het erg gezellig is schromen een paar kerels niet om in een groepje te hossen.

een deel van het publiek wachtend 
op de start van het programma


Gezelligheid maak je samen
Wij vinden het leuk dat mensen in staat zijn om in een op het eerste gezicht saaie ruimte toch een supergezellige sfeer te creëren waar jong en oud plezier beleven en waar wij nog nooit enige vorm van agressie hebben meegemaakt. Zelfs de handtassen van de dames kunnen onbeheerd op de tafels blijven liggen zodra zij op de dansvloer zijn. Er is niemand die het in zijn hoofd haalt om deze aan te raken. Logisch dat wij ieder jaar van de partij zijn. De taferelen herhaalden zich en onze danspartners kennen wij inmiddels. Het zijn allemaal mensen uit het dorp, de een werkt af en toe bij de gemeente, de ander is iemand die af en toe komt helpen bij onze bouwwerkzaamheden en weer anderen treffen we gewoon op straat. Dat ik nog steeds niet kan dansen boeit mij niet meer, het is gewoon gezellig en leuk om er bij te zijn. Veel tijd om foto's te maken was er niet. Het leukste blijft toch om het zelf eens een keer mee te maken.


op tekst en foto's rust copyright, kopiëren niet toegestaan