De deur die beter gesloten kan blijven, dodendeur bij Hongaars huis


De deur die tijdens je leven altijd voor je gesloten blijft

Op het Hongaarse platteland vind je allerlei soorten huizen. Een voorbeeld zijn de tentdakwoningen. Deze zijn in een periode gebouwd dat men snel voor huisvesting moest zorgen. Er moest snel en goedkoop gebouwd worden, daardoor lijken de huizen veel op elkaar. Juist deze uniformiteit bepaalt in hoge mate het straatbeeld in dorpen waar veel van dit soort huizen is gebouwd. Sommige dorpen bestaan voor een groot deel uit dit soort huizen.

Op deze plek wil ik echter aandacht schenken aan de Schwabenboerderijen. Dat zijn de huizen die bij de buitenlanders zeer geliefd zijn. Als vakantiewoning of om permanent in te wonen.

In het zuidwesten van Hongarije staan veel van dit soort huizen waarvan sommigen nog met hun oorspronkelijke Schwabenkleuren wit en blauw, de Schwabenhuizen. Gebouwd en bewoond door de Schwaben, later ook door Hongaren. Het zijn langgerekte rechthoekige huizen die met hun kopse kant aan de straatkant grenzen. De muur die naar het noorden is gericht is een lange blinde muur. Hierin zijn slechts kleine raampjes of beluchtingsgaten aangebracht op de plek waar de voorraadkamer en/of de badkamer gesitueerd is. Dit alles om de privacy van de buren te waarborgen en de koude wind uit het noorden tegen te houden. De meeste ramen en deuren bevinden zich aan de zuidkant, daar waar ook de galerij is. Dat is een aan de buitenkant van het huis gelegen gang die zich uitstrekt over de gehele lengte van het huis. Vaak voorzien van mooi gedecoreerde houten pilaren die de dakcontructie ondersteunen.




De bouwwijze is aangepast aan de ligging van het perceel. In een heuvelachtig gebied zijn de meeste dorpjes in een dal gebouwd. Hierdoor is het perceel hellend. De meeste huizen zijn aan de voorkant 'hoog gebouwd'. D.w.z. de voorkant van het huis ligt hoger en naarmate je dieper het hellende perceel oploopt, wordt de hoogte minder en uiteindelijk ligt de vloer van het huis nog maar iets hoger dan het maaiveld. Erg frappant is dat er achter het huis vaak een ineens (steile)  helling aanwezig is. Soms lijkt het zelfs alsof de huizen tegen een berg zijn aangebouwd. Dit fenomeen heeft een grappige en vooral voor de hand liggende verklaring.



Toen men ooit begon met de bouw van het betreffende huis, werd dit huis met leem gebouwd. Die leem was gewoon de grond van het perceel zelf. Men begon vooraan met afgraven en bouwde tegelijkertijd, de zgn. aangestampte lemen muren of lemen blokmuren. Op het moment dat men genoeg grond/leem verzameld had omdat het huis klaar was, stopte men met afgraven. De hele familie, buren en vrienden hielpen. Een team van 20 - 30 mensen was geen uitzondering. Het deel van het perceel waarop men het huis had gebouwd, was hierdoor dieper en platter geworden t.o.v. de achterkant van het perceel. Achter het huis was het perceel hoog en hierdoor was een (vaak steile) helling ontstaan. In sommige gevallen is het perceel (later) weer opgevuld met grond waardoor de overgang van plat naar helling minder zichtbaar is geworden.

De kamers van deze huizen zijn meestal achterelkaar gesitueerd. Bovendien was er vroeger geen badkamer/wc in het huis, daarvoor moest je naar buiten naar de kerti-wc. Om in het huis een andere kamer te bereiken moet je door de kamers lopen. Een hal was meestal niet aanwezig, indien wel, dan is deze in de meeste gevallen later bijgebouwd. Alle deuren komen uit op de galerij die zich aan de zuidzijde van het huis bevindt.




Opvallend is dat aan het eind van die galerij, aan de straatkant, een deur zit. Zo op het eerste gezicht een zeer onlogische keuze, want de deur zit vanaf de straat gezien hoog en er is geen trap waardoor je de deur bereiken kunt vanaf de straat. Het is duidelijk niet de vertrouwde voordeur van het huis zoals wij die in Nederland kennen.

Die deuren hadden vroeger een speciale betekenis. Het was een zgn. dodendeur. Vroeger bestond nog geen rouwkapel waar de doden werden opgebaard. De gestorvene werd thuis opgebaard. In de 'koude kamer.' Dat was meestal de kamer die aan de straatkant lag. Het was een kamer die ook voorzien was van een houten vloer, de rest van de kamers uit die tijd hadden nog een lemen vloer of, bij de rijkeren een vloer van rijk gedecoreerde cementen tegels.



Zodra men de dode ging begraven werd deze via een speciale route naar buiten vervoerd, nl. vanuit deze voorkamer via de galerij door deze deur. De deur op de rare plek ging open en onder deze deur stond paard en wagen te wachten. Men kon de kist op deze wijze makkelijk op de kar zetten. Alle doden vertrokken op deze wijze uit hun huis. Nadat de kist op de wagen was geladen sloot men weer de deur. De deur werd alleen voor deze gelegenheden geopend.


 op tekst en foto's rust copyright, kopiëren niet toegestaan