Inkopen doen in ons dorpje


De uitgestrektheid van het Hongaarse platteland is een liefkozing voor je ogen maar helaas niet voor je maag. De schitterende vergezichten laten je genieten van bossen, velden met zonnebloemen en vers geploegde akkers met daarop af en toe een groepje reeën. Een enkel dorpje dat verstopt ligt tussen de heuvels, dompelt je onder in een gevoel van bedwelmende rust. In deze weidsheid de maag gevuld houden, is echter andere kost. Om die verwende Nederlandse maag met zijn altijd durende behoefte aan afwisseling tevreden te houden, zal je in je auto moeten stappen en een ritje moeten maken van ongeveer 25 kilometer naar de dichtstbijzijnde stad. Het is echter zonde om tijdens dat ritje de toegestane 80 km per uur te rijden. Al rijdende heb je trouwens nauwelijks in de gaten dat je rechtervoet het gaspedaal steeds meer los laat. Heerlijk tuffen door het mooie landschap, genieten van de natuur om je heen terwijl je op weg bent naar de winkel.

Wij mogen natuurlijk niet klagen hier in ons kleine dorpje. Er is een ABC winkeltje waar alles te krijgen is. Het is een knusse, té kleine ruimte, tot de nok toe gevuld met spulletjes waarvan nooit meer dan 3 stuks op voorraad zijn. We hebben ons inmiddels afgeleerd om meer dan één exemplaar van iets te kopen in het dorpswinkeltje aangezien het bijna gênant is om het madammeke achter de toonbank met een lege plek achter haar in het winkelrek achter te laten, daarbij wetende dat zij de rest van de dag 'nee' moet verkopen aan de andere dorpelingen. De logica van de dorpsinwoners reikt overigens verder dan die van ons. 'Die 3 pakken suiker maken die Nederlanders toch niet in één dag op, waarom dan 3 stuks in één keer kopen?'

ons dorp, temidden van velden en bossen
ergens in Baranya in het warme zuidwesten van Hongarije



Het winkeltje is altijd gezellig gevuld met kwebbelende dames die dagelijks, soms wel twee keer per dag, hun inkopen doen. Een weekvoorraad inslaan zoals we dat in Nederland gewend zijn, doet men hier niet. Neen, het is de gewoonte om vergezeld van je rieten mandje naar het winkeltje te lopen. Het winkeltje zorgt ook voor gezelligheid want je treft mensen van de andere kant van het dorp om even een babbeltje mee te maken. De mannen doen dat in het plaatselijke kroegje, de vrouwen in het winkeltje.

Een tijd geleden kreeg het ABCeetje echter zware concurrentie. Op een zomerse dag verscheen ineens een nieuw deuntje in de straat. Een brood&gebak-wagen reed stapvoets door de dorpsstraat en sneed met zijn hoge riedel de stilte doormidden. Even later verscheen een andere riedel, de melkwagen. Hij verkoopt geen voorverpakte melk, maar verse. Je moet een fles meenemen, lege colafles is prima, die dan aan de auto gevuld wordt met heerlijke verse melk. Toen nóg een riedel, en nog één. Na verloop van tijd telden wij op een zomerse dag meer dan 10 verschillende riedels. De oude bekenden natuurlijk, zoals de postauto, gasflessenauto, groenteman en diepvrieswagen. Maar ook nieuwe onbekende, 4 die ijsjes verkochten, 3 met groenten en nog vele anderen. Allemaal lieten ze de stilte van het dorp verdampen én de inkomsten van het ABCeetje.

Na een aantal weken viel het ons ineens op dat de rust in het dorp langzaam weer terug begon te komen. Gebrek aan klandizie was niet de oorzaak van het wegblijven van al die venters. Veel bewoners bespaarden zich inmiddels de weg naar het dorpwinkeltje. Wachtend op de venters verzamelden ze zich in groepjes en vulden de tijd met gezellig geklets. Op straat voor je tuinhek was immers alles verkrijgbaar.

Het was de burgemeester persoonlijk die na verloop van tijd in actie kwam. Die herrie in het dorp vond hij maar niks, bovendien vermoeden wij dat hij door zijn ingrijpen het bestaan van het dorpswinkeltje probeerde te redden. Want eenmaal gesloten door te weinig klandizie blijft gesloten en op het moment dat de venters een beter plekje zouden vinden, zouden die net zo snel uit ons dorp verdwijnen als ze gekomen waren, een dorp achterlatend waar niets meer te krijgen is. Even in de auto springen om verderop inkopen te doen is voor de meeste inwoners niet mogelijk, zij bezitten helemaal geen auto. De burgemeester van het dorp kwam in actie. Om de rust én het dorpswinkeltje in het dorp te behouden had de burgemeester een vergunningsplicht tevoorschijn getoverd en opgehangen op het mededelingenbord. Wilde je in ons dorp venten dan moest je in het bezit zijn van een ventvergunning, verkrijgbaar in het kleine gemeentehuis van het dorp. Die ventvergunning ging natuurlijk een paar centen kosten, waarschijnlijk evenveel als je als venter in dat kleine dorpje kon verdienen. Bovendien moest het papiertje iedere maand vernieuwd worden. De riedels verdampten als sneeuw voor de zon en in het dorpswinkeltje werd het zoals vanouds weer lekker druk.

De meeste dorpsbewoners kopen alles wat ze nodig hebben in het dorp zelf. Een klein deel van de Hongaren, de 'notabelen van het dorp' c.q. de autobezitters, houden dezelfde gewoonten erop na als wij niet Hongaren. Een keer per week of een keer per maand, ieder zijn eigen regelmaat gunnend, met de auto richting stad rijden en kopen wat nodig is in grote moderne supermarkten. Als je echter eenmaal gewend bent aan het rustige en trage levensritme van het dorp, is het iedere keer weer een onderneming om je los te rukken uit dat trage leventje en boodschappen te gaan doen. Behalve voor etenswaren moet je ook voor alle andere zaken zoals schroeven, hout, tegels enz. naar de stad, wil je volop keus hebben. Het zijn altijd die rusteloze Niet-Hongaren zoals Nederlanders, Belgen, Duitsers en Engelsen die meteen aan het verbouwen slaan en de ijskast vullen met 'een brok afwisseling', wij niet uitgezonderd.

onderweg voor de wekelijkse boodschappen
zien we kilometers lang bermen vol met klaprozen


Terwijl we onderweg zijn naar de stad, die ca. 20 kilometer verderop ligt, worden we beloond met prachtige panorama's van de omgeving waarin wij wonen. Om te winkelen kunnen wij kiezen uit twee steden die ongeveer even ver van ons dorp verwijderd liggen. Startend vanuit onze oprit kunnen we rechtsaf alwaar de weg na een paar honderd meter in het bos verdwijnt. Dwars door dat bos loopt de kilometers lange weg met zijn ontelbare bochten. De vele bomen en de slingerende weg schakelen je oriëntatievermogen al na een paar bochten uit. Na kilometers duikt de weg naar beneden en rij je het bos uit, de zon tegemoet. Alsof je aan het eind van een ritje in de achtbaan ineens het karretje in de remmen voelt gaan. Slaan we voor onze woning linksaf, dan worden we onderweg getrakteerd op eindeloze velden, akkers en fruitboomvelden. In de verte de heuvels van het Mecsekgebergte en de zendmast die de exacte locatie van Pécs aangeeft. (Pécs, een stad waar je verliefd op kunt worden). Aan het eind van het halfuurdurende ritje worden we beloond met alle voorzieningen die normaal gesproken in Nederland op steenworp afstand liggen. Tesco, Lidl, Pennymarket, Spar en vele kleinere supermarkten. Doe-het-zelf-zaken en talloze kleine winkeltjes die vaak vele malen goedkoper zijn. Restaurants, terrasjes, mode, schoenen, kantoorartikelen, banken….….

.........Poeh, om duizelig van te worden…..Welkom in de bewoonde wereld.

 op tekst en foto's rust copyright, kopiëren niet toegestaan