Chocoladekoek met kersen, een makkelijk recept


Chocoladekoek met kersen  


In Hongarije, althans op het platteland waar wij wonen, is het gebak vaak rechthoekig van vorm in plaats van rond. Men gebruikt een langwerpig bakblik. Als het gebak klaar is  snijdt men het is kleine rechthoekjes, en voilá je hebt ca. 20!! gebakjes. Op het platteland is bijna iedere huisvrouw in staat om heerlijk gebak te maken. Dit is zo'n typisch recept en ook nog heel erg makkelijk te maken.




Ingrediënten:

200 gram suiker
150 gram reuzel (of boter mag ook)
2 eieren
ca. 700gram kersen op sap (mag ook uit de supermarkt)
handvol Cacaopoeder
500 gram meel
2 zakjes bakpoeder
halve liter volle melk
aroma uit flesje: dat kan vanille, rum of amandel smaakje zijn

rechthoekig bakblik en bakpapier






Bereiding:

Suiker, reuzel en eieren doorelkaar klutsen. Bij de back-to-basic-manier klutst men dit met behulp van een gewone vork. Je moet echter getrainde armspieren hebben om dat tot een mooie massa te klutsen. Wij gebruiken een mixer voor dit karweitje.

Ondertussen het meel en de 2 zakjes bakpoeder in een grote kom doen. In plaats van zeven kan je het droge meel ook met een garde even flink doorroeren, dat geeft hetzelfde resultaat met minder moeite en stof. De handvol cacaopoeder erbij doen en doorelkaar roeren. Doe dit mengsel bij het suiker/reuzel/eiermengsel en voeg de melk en het aroma erbij. Dit alles mixen totdat er een deeg ontstaat dat 'met moeite' van de klutshaak afvalt. Dus niet zo dun dat het eraf druiptt, maar ook niet dat het blijft kleven aan de haak, dan is het te droog.

Bakpapier in de bakvorm doen en het deeg in de bakvorm gieten. Verdelen zodat het overal gelijk is verdeeld. Hoef niet zo precies hoor.

Het sap van de kersen verwijderen. De kersen lichtjes met de hand uitknijpen om het overtollige vocht eruit te verwijderen. Daarna de kersen bedekken met wat wit meel (paneren zeg maar). Dat voorkomt dat ze meteen naar beneden zakken in het gebak, of dat het gebak te nat wordt. Daarna de kersen met het witte jasje bovenop het deeg verdelen.

Het geheel in de over op een temperatuur van 180 graden gedurende 35-40 minuten bakken. Als je met een satéprikker of vork in het gebak prikt, en dat komt er schoon en dus zonder kruimeltjes weer uit, betekent dat dat het gebak gaar is. Neem het bakblik uit de oven en laat het afkoelen. Pas als het gebak is afgekoeld het eruit nemen. Het bakpapier optillen om het gebak in een keer uit de vorm te nemen. Zou je dat doen als het nog warm is, dan breekt het onherroepelijk.


op tekst en foto's rust copyright, kopiëren niet toegestaan