Winterstilte op het Hongaarse platteland


Winterstilte op het Hongaarse platteland

Het is stil buiten, heel erg stil. Het is zo stil dat je het bijna saai zou noemen. Maar saai is het allerminst. De rust van een door een sneeuwdeken bedekt dorpje is bijna hoorbaar. Ondanks het feit dat wij al vijf jaar in Hongarije wonen, blijven wij deze rust steeds weer opnieuw opmerken. Het zijn van die aangename dingen waar je gelukkig nooit aan went en waardoor je hiervan kan blijven genieten.

In het dorp lijkt het alsof alles en iedereen in een diepe winterslaap is verzonken. Het is koud en er ligt sneeuw. De lucht is helder lichtblauw gekleurd. De zon schijnt fel op de sneeuw en dat licht doet pijn aan mijn ogen. Binnen snort de houtkachel en het knetteren van het vuur is het enige wat te horen is. Als je naar buiten kijkt zie je steeds hetzelfde. Schoorsteentjes die rookpluimen uitstoten en waaraan je kunt zien uit welke richting de wind komt. Rond 11.00 uur 's morgens wordt het aantal rokende schoorstenen verdubbeld. De dorpsbewoners beginnen het houtfornuis op te stoken om de warme maaltijd te kunnen bereiden. De majestueuze lindebomen, die ons ieder jaar tijdens hun bloei onderdompelen in een heerlijk geurbad, geven de indruk alsof ze het koud hebben en hun bladerjas missen. Op het akkerland rondom ons dorp is niets te doen. Af en toe rijdt er een tractor door de straat met daarachter een kar volgeladen met boomstammen.

Om de kou buiten te houden blijven de luiken aan de straatkant van de huizen gesloten. De kinderen zijn allang geleden uitgevlogen en pa en ma leven  hun leventje in een klein deel van het grote huis. De rest van het huis wordt niet meer gebruikt. Zelfs de erfhonden hebben niet veel te doen. Alleen als de melkwagen met zijn getoeter laat weten dat hij in het dorp rondrijdt, zie je hier en daar mensen naar buiten komen om verse melk te kopen. Voor de rest is het erg stil en de meesten blijven binnen. Behalve één dorpsbewoner.

winter in Hongarije

Klein en gedrongen, rond gezicht, altijd vriendelijk en met een brede glimlach die verraadt dat hij lang geleden al afscheid heeft genomen van zijn tanden. Zijn houding iets overhellend naar rechts want in die hand houdt hij zijn wandelstok vast waarop hij leunt. De laagjes kleren zijn niet te tellen, zijn grijze trui is inmiddels aan hem vastgegroeid en met een leeftijd van ergens ver in de tachtig schuifelt hij door het leven. Kou, regen, sneeuw, wind, hitte, zon, dat alles weerhoudt hem niet om zijn dagelijkse wandelingetjes te maken. Je zou eigenlijk moeten beweren dat hij één grote wandeling IS. Ontelbare keren per dag loopt hij het straatje op en neer. Ieder keer als ik naar de overkant van de straat kijk, zie ik aan de rand van mijn blikveld hoe hij zijn smeedijzeren poort sluit en in een Largo tempo van 40 voetstappen per uur voorbij schuifelt. Soms leunend op zijn stok om te pauzeren en om van dat moment gebruik te maken om de omgeving in zich op te nemen. Dan verdwijnt hij aan de rechterkant uit mijn blikveld en hij geeft me net genoeg tijd om een kop koffie te kunnen maken voordat hij weer voor mij zichtbaar wordt.

Eigenlijk is het bizar, want iedere keer als ik naar buiten kijk, zie je hem voorbij schuifelen. Je zou je bijna gaan afvragen of die scène niet stiekem door een onzichtbare hand op repeat is ingesteld. Ons dorp in het wit gehuld en alleen de tijd en het oude mannetje loopt door, de rest houdt een winterslaap.
  
op tekst en foto's rust copyright, kopiëren niet toegestaan



uitzicht over ons dorp